ZHIA investeert in versterking netwerk Gezondheid, Zorg en Welzijn

Afbeelding
Vitale Delta

Een blik op de toekomst – door Koen van Loon, communicatie Hogeschool Rotterdam


In dit interview gaat Koen van Loon in gesprek met Marleen Goumans (directeur Kenniscentrum Zorginnovatie Hogeschool Rotterdam), Eldrid Bringmann (directeur faculteit Gezondheidszorg Hogeschool Leiden), Jasmijn Bongers (kwartiermaker ZHIA) en Erik van den Berg (programma manager ZHIA). We spreken over het voortzetten van de samenwerking (ontstaan tijdens Vitale Delta): de aanleiding hiervan, de kansen en ambities, en de doorwerking ervan op onderzoek en praktijk.

Vertrouwen als vruchtbare bodem 

Eind 2025 liep na acht jaar het Vitale Delta op zijn eind. Dit consortium werd mogelijk gemaakt door een Sprong-subsidie. De netwerkfunctie van het consortium wordt nu overgenomen door ZHIA (Zuid-Hollandse Impact Alliantie). Goumans geeft aan dat gedurende de acht jaar een sterke vertrouwensband is gevormd tussen de hogescholen, bij zowel lectoren onderling, als bij de directeuren en bestuurders. Gezien de huidige ontwikkelingen in de provincie én het HBO is het niet meer van deze tijd om in concurrentie van elkaar de behaalde winst af te breken en hetzelfde proberen te opbouwen.


“Het is niet meer van deze tijd om in concurrentie van elkaar hetzelfde te doen” - Marleen Goumans

 

Een logische stap 

Bringmann vertelt dat parallel aan Vitale Delta (dat zes jaar eerder startte dan ZHIA), de betrokken vier hogescholen ZHIA aan het opzetten waren. De Zuid-Hollandse Impact Alliantie, waarin de vier hogescholen hun krachten bundelen en een van de drie thema's Gezondheid, Zorg en Welzijn is. Een logische stap dus, om de samenwerking die is ontstaan bij Vitale Delta, voort te zetten onder de vlag van ZHIA.

Niet alleen een logische stap; deze stap biedt ook kansen. Vitale Delta was op zichzelf ook een programma binnen Medical Delta, dus onderdeel van een nog groter netwerk. Dat netwerk gaat nu niet verloren, door de voortzetting onder ZHIA. Sterker nog, de samenwerking tussen hogescholen zorgt voor een sterkere positie binnen dit grotere, regionale netwerk waar ook universiteiten en umc’s een onderdeel van zijn. Bringmann voegt toe dat door samen een positie in te nemen, meer massa en kennis op thema’s ervoor zorgen dat je een waardevolle speler bent. De praktijk laat ook zien dat de afgelopen jaren hogescholen een steeds grotere rol spelen in (regionale) onderzoeksamenwerkingen als bijvoorbeeld Medical Delta.

Na besluitvorming door het ZHIA-bestuur op 11 maart is de netwerkfunctie nu in uitvoering.

Onafhankelijk van externe subsidie 

Nu de Sprong-subsidie is afgelopen en ZHIA de samenwerking voortzet en versterkt, ontstaat er ruimte. Samenwerking kan versnellen zegt Van den Berg, de kern van ZHIA is verbinding maken en het organiseren/stimuleren hiervan; tussen onderzoek, innovatie en de regio.

Het thema Gezondheid, Zorg en Welzijn is een goed voorbeeld van een werkveld waar de vraag naar oplossingen groot is. Van den Berg: “individuele hogescholen zijn ieder voor zich te klein zijn om die uitdagingen integraal aan te pakken”. Hij noemt de urgentie om samen te werken groot, we moeten het echt samen doen. Dit thema is bij uitstek geschikt om samen oplossingen te bieden voor vraagstukken als het verkleinen van gezondheidsverschillen in de regio. Bongers voegt hieraan toe dat de samenwerking tussen hogescholen verder reikt dan alleen het Zorg- en welzijnsnetwerk. “Als vanzelf wordt ook de overige kennis op deze werkwijze verbonden”.


“Individuele hogescholen zijn te klein zijn om die uitdagingen integraal aan te pakken” - Erik van den Berg

 

Onderzoeksinfrastructuur klaar voor de volgende stap 

Een gezonde infrastructuur waarin onderzoekers, maar ook het ondersteunend personeel zoals o.a. communicatie- en subsidieadviseurs, soepeler kunnen samenwerken is ontstaan in de afgelopen acht jaar. De concurrentie tussen hogescholen neemt af, daardoor gunnen ze elkaar meer. Ook inhoudelijk staan de scholen meer in verbinding, op de projecten die zijn ontstaan wordt in de nieuwe verhouding voortgebouwd. De ambitie om ook gezamenlijk Europese subsidies aan te boren wordt uitgesproken door Bringmann: “Veel succesverhalen werden mogelijk gemaakt door regionale subsidies zoals die van Medical Delta. Er is het plan om Europese subsidies aan te vragen zodat doorlopende lijnen en meerjarig perspectief ontstaan”.


Ambitie en verantwoordelijkheid 

Op de vraag wat ze hopen te bereiken krijg ik uitgebreid antwoord. Allereerst willen ze het netwerk van samenwerkingspartners versterken. Hogescholen onderling, maar ook gemeentes, zorginstellingen en bedrijven. Het doel is dat die externe partijen zich graag blijven verbinden, vanwege de waarde die het toevoegt aan hun praktijk: omdat we de juiste mensen opleiden voor de beroepspraktijk (functie van hbo) en praktijkgerichte kennis genereren die bijdraagt aan de innovatie (of versnelling/verbetering/verandering) van de beroepspraktijk.

Maatschappelijk (duurzame) impact maken in de regio wordt gezien als de verantwoordelijkheid van de vier hogescholen. Vraagstukken uit de praktijk waar je die impact op kunt meten zijn bijvoorbeeld het bevorderen van vitaliteit en eigen regie, het betaalbaar houden van de zorg en het voorkomen van gezondheidsverschillen.
Van Den Berg: Kennisecosystemen zijn in opkomst, ook hier in de regio. Daar kunnen we als hogescholen met ons praktijkgerichte onderzoek een cruciale rol in spelen en vervullen we een complementaire rol aan die van universiteiten en umc's, omdat we direct toepasbare oplossingen kunnen bieden en er kennis in de praktijk ontstaat waar onze partners behoefte aan hebben. Goumans en Bringmann zijn het daar mee eens: Ook omdat we in de haarvaten zitten van de samenleving doordat we studenten opleiden voor de beroepspraktijk en onze talloze contacten met praktijkpartners voor stages en praktijkgericht onderzoek.
 

Uitdagingen 

Een groot samenwerkingsverband zoals dit heeft veel voordelen, maar gaat uiteraard ook gepaard met de nodige uitdagingen. Hiervoor hebben de mensen aan tafel geen blind oog. Nog voordat ik een vraag stelde over eventuele valkuilen, werd al het een en ander genoemd. Bringmann: “De lokale samenwerking is goed geregeld. Het is de uitdaging al die lokale samenwerkingen te verbinden, omdat we een kennisintensieve provincie hebben.”.

Van den Berg heeft het als reactie daarop over het delen van samenwerkingspartners, iets waar stappen in gezet kunnen worden. Als het gaat over delen, valt het hem ook op dat er bijvoorbeeld op het gebied van AI nu meerdere campussen worden ontwikkeld in verschillende steden. Zijn droom: “Kunnen we dat niet met elkaar opschalen? We doen in principe dezelfde dingen.” Op het gebied van gezondheid, zorg en welzijn wil je hetzelfde bereiken en de verschillende expertise tot een brede kennisagenda bundelen.

De rol van kwartiermakers 

Het was mij nog onduidelijk wat een kwartiermaker precies doet, maar Bongers kan precies uitleggen wat haar functie is: “De kwartiermakers onderhouden het netwerk, luisteren waar kansen zitten en vervullen de brugfunctie tussen onderzoekers/lectoren en subsidieadviseurs.” Samen met Bongers gaat Paul Keessen aan de slag met deze opgave. Zij werken verder op de vier thema’s waar de samenwerking al is opgebouwd in Vitale Delta. De thema’s zijn Ondersteund Vitaal (eHealth, AI voor zorgtechnologie, preventie), Fysiek Vitaal (leefstijlprogramma's, gezonde leefomgeving), Sociaal Vitaal (interprofessioneel werken, armoedeproblematiek) en Zelf Vitaal (zelfmanagement chronische aandoeningen, vitaliteit professionals en studenten).

De eerste stap is dus ook om onderzoekers weer bij elkaar te brengen en te inventariseren waar zij nu staan en wat nodig is. Ze signaleren kansen en helpen het netwerk om de stip op de horizon te zien. Het faciliteren staat dus echt centraal; zorgen dat het netwerk bij elkaar kan komen, zorgen dat de juiste kennis wordt aangedragen (provinciale/landelijke ontwikkelingen, subsidieadviezen). Vervolgens gaan de kwartiermakers aan de slag met vragen uit het netwerk. Zij bepalen niet de richting, maar gaan aan de slag met waar energie ontstaat.”.


“Aan de slag met waar energie ontstaat” - Jasmijn Bongers

 

Bringmann omschrijft de kwartiermakers als een soort makelaar, die enerzijds werken van binnen naar buiten: waar zit onze kracht en waar vinden we elkaar al, maar anderzijds ook van buiten naar binnen kijken: welke maatschappelijke vraagstukken liggen er, wat is de behoefte van het werkveld en maatschappelijke instellingen? Naast faciliteren is het ook de rol van de kwartiermakers om een synthese te maken; de versnipperde onderwerpen bij elkaar brengen.

Goumans komt later in het gesprek ook nog terug op de verbinding van verschillende werkveldpartners en stelt voor deze verbinding te initiëren vanuit inhoudelijke vraagstukken. Hiermee doorbreek je vaste opstellingen en laat je zien dat we soortgelijke problemen ervaren in diverse steden.

Hoe nu verder?

Voor onderzoekers en lectoren maakt de netwerkfunctie het eenvoudiger om collega’s te vinden die aan vergelijkbare vraagstukken werken. Ook wordt de kans groter deel te nemen aan grotere onderzoeksprojecten, ontstaat er toegang tot een breder netwerk van praktijkpartners en kennisinstellingen en wordt de gezamenlijke onderzoeksinfrastructuur versterkt.

Bongers en Keessen nodigen onderzoekers en lectoren uitdrukkelijk uit om contact met hen op te nemen met vragen, ideeën of kansen die zij willen verkennen. Zij zijn er voor het netwerk en denken graag mee.

Iedere hogeschool draagt bij aan de samenwerking door twee themaleiders aan te wijzen en een tweetal netwerkevenementen per jaar te organiseren. Die themaleiders zijn duo's van lectoren of senior onderzoekers vanuit twee hogescholen, die inhoudelijk eigenaarschap dragen voor een thema, onderzoekers die de leiding nemen in het bij elkaar brengen, bijeenkomsten organiseren en gezamenlijke subsidieaanvragen voorbereiden. Zodra de leiders benoemd zijn kunnen de kwartiermakers aan de slag met inventariseren en gesprekken voeren.
De netwerkfunctie is structureel ingebed in het reguliere budget van ZHIA en de in-kind bijdragen van de hogescholen, onafhankelijk van tijdelijke projectsubsidies.

De netwerkfunctie kent geen vooraf bepaalde einddatum, maar wordt na drie jaar geëvalueerd om te leren en waar nodig bij te sturen. Dat geeft perspectief én ruimte om mee te bewegen met wat de regio vraagt.

 

Download hier het persbericht als pdf-bestand: